Column – Veel tinten grijs

Het gaat niet goed met u. U eet te veel suiker. Drinkt te veel alcohol. Beweegt te weinig. U presteert ondermaats in bed.  Loopt te lang in de zon. Ademt te veel ozon en fijn stof in. U staat akelig dichtbij een burn-out of bore-out. Als  u een voldoende hoog opleidingsniveau hebt,  tenminste. Anders moet u genoegen nemen met een depressie. Robots staan klaar om uw werk beter en goedkoper te doen. Uw betrouwbare bankier gaat plotsklaps failliet. Een bonte variëteit aan virussen heeft het op u gemunt. Er woeden oorlogen. Slachtoffers vluchten naar veiliger oorden – bij u dus. En u woont niet eens zo ver van Molenbeek.

En toch gaat het ook ontzettend goed met u. Een indrukwekkende stoet denkers uit diverse kennisvelden (statistiek, economie, psychologie, technologie) vertelt vol enthousiasme dat  de wereld nooit rijker, gezonder, veiliger en rechtvaardiger was dan vandaag. Sinds 1946 is het jaarlijkse aantal oorlogsslachtoffers met liefst 90 procent gedaald. Extreme armoede is sterk afgenomen in elk afzonderlijk werelddeel. Er was nooit eerder zoveel voedsel beschikbaar. De levensverwachting blijft stijgen, vooral in ontwikkelingslanden. De kindersterfte is meer dan gehalveerd sinds 1990. Kinderarbeid is spectaculair gedaald.

Hoe rijm je het allemaal aan elkaar? Misschien kan Ulrich Beck ons raad brengen. Deze Duitse socioloog muntte het begrip ‘risicomaatschappij’ in de jaren ‘80. In zijn boek “Risikogesellschaft” uit 1986 beschrijft hij hoe de technologische ontwikkeling een dusdanige vlucht heeft genomen dat we de natuur meer dan ooit beheersen. En daarmee onze materiële noden beter dan ooit lenigen. Maar dit heeft een keerzijde, vertelt Beck. De risico’s worden weliswaar steeds kleiner, maar als ze werkelijkheid worden, zijn de effecten steeds meer dramatisch, onomkeerbaar en wereldomvattend.

Maar moeten we nu toegeven aan het onbehaaglijk gevoel van permanente crisis of heffen we het glas op deze steeds mooiere en gezelligere wereld? Met Beck als bagage hoeft het geen “of/of”-verhaal te zijn. De technologisering verbetert onze levensomstandigheden in aanzienlijke mate. Maar diezelfde technologisering brengt een nieuw soort onbeheersbaarheid voort. Neem bij voorbeeld de energieproductie. Dankzij ons technologisch vernuft om op grote schaal atoomkernen te splitsen, hebben we de energieproductie drastisch opgedreven, met heel wat positieve gevolgen voor onze levenskwaliteit. Maar als er wat fout loopt met zo’n kerncentrale, zoals in Tsjernobil of Fukushima, zijn de gevolgen nauwelijks te overzien.

Het helpt om te weten dat een evolutie naar betere levensomstandigheden hand in hand gaat met risico’s met desastreus potentieel. Zo kan je beweringen die op zich steek houden, maar onderling onverzoenbaar lijken, zien als mozaïekstukjes van de complexe werkelijkheid. En word je niet heen en weer geslingerd tussen apocalyptisch doemdenken en naïef vooruitgangsoptimisme. In tijden van oneliners, tweets, catchy boodschappen en panklare zwart-witbeweringen, kan je dan zelf de nodige grijswaarden inkleuren. Je eigen gezond oordeelsvermogen blijft belangrijk als er weer eens iemand een blik experten opentrekt. De verlichtingsfilosoof Immanuel Kant wist het een slordige 200 jaar geleden al: “Sapere aude”, durf (zelf)  te denken. Anders loop je pas echt gevaar.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *